2014

Winnaar Frank Provoost

Juryrapport:

Het is alweer twee jaar geleden dat we de naar Jip vernoemde prijs voor het eerst aan twee journalisten uitreikten. Sander Donkers en David Kleijwegt overtuigden de jury toen met hun verhaal Hou van ons, over de ontmoeting tussen de Vlaamse vertolker van het levenslied Guido Belcampo en zijn jeugdige Nederlandse navolger Lucky Fonz III. Dit bijzondere feit heeft niet geleid tot een enorme toestroom van ‘duoverhalen’.

Over naar de toekenning van de zesde Jip Golsteijn Journalistiekprijs.

Allereerst was de jury, bestaande uit Bertjan ter Braak, Paul Evers en mijzelf,  en voorgezeten door Constant Meijers, verheugd over het grote aantal inzendingen, iets minder dan twee jaar terug, maar opnieuw rond de honderd.

De vreugde werd verhoogd door de kwaliteit ervan. Minder kaf, meer koren.

Maar waar de jury ditmaal voor het eerst niet meer met papier werd geconfronteerd en alles digitaal kreeg aangeleverd, zagen we deze kleine stap richting een modernere wereld niet weerspiegeld in de deelnemende media. Helaas waren de relatief nieuwere media als websites, blogs en andere eigentijdse uitingsvormen slechts minimaal vertegenwoordigd. Ook die bieden toch alweer een flink aantal jaren een podium aan “bijzondere journalistieke prestaties op cultureel gebied; in het bijzonder interviews en reportages op het terrein van muziek, film en literatuur”. Om de doelstelling van de Jip Golsteijn Jounalistiekprijs aan te halen. Hopelijk krijgen we bij een volgende editie wat meer concurrentie uit die hoek. Al was het maar om te kunnen bewijzen dat er in de snelle wereld van het internet ook plaats en ruimte is voor de diepgang en lengte van zulke interviews en reportages, misschien op andere leest geschoeid. Het ééminuutconcert van De Wereld Draait Door bestaat immers succesvol naast de gewaardeerde marathonuitzendingen van grote festivals en de lange documentaires elke vrijdagavond op BBC 4.

Terug naar de prijs. De shortlist was vrij snel gemaakt. Daarbij moet nog eens worden benadrukt dat de Jip Golsteijn Journalistiek Prijs geen oeuvreprijs is, zoals bijvoorbeeld de Pop Media Prijs, maar één verhaal bekroont. Tot onze spijt moesten we dan ook een aantal schrijvers laten afvallen die door de jaren heen een zeer constante kwaliteit leveren. Dat laatste is natuurlijk bijzonder prettig voor de media die ze bedienen, maar we vonden bij hen geen ”outstanding” verhaal. Teveel kundig met toeters en bellen aangeklede concert- en cd-recensies.

De shortlist leverde wél opvallende verhalen op.

* Zo genoten we van de in herfsttinten geschreven reportage van Amanda Kuiyper in de NCR over Blaudzun en zijn geliefde Ronde van Lombardije. De melancholie van zijn muziek droop als vallende bladeren van het papier.

* Het West-Vlaams Rouwhandboek van Frank Provoost is een klein monument voor de eind vorig jaar plotseling aan een hartslagaderbreuk overleden schrijver, journalist en dichter Thomas Blondeau.

* Verrassend teder was ook de toon van de reportage over het petje van Anne Soldaat in OOR door Nico Dijkshoorn. Wie hem nog steeds ziet als onze troetelquerulant, zal zich verbazen over een intiem portret, dat naadloos aansluit bij de muziek van Soldaat en waarbij Dijkshoorns bewondering voor de man en zijn werk bijna tastbaar is verwoord.

* Het oorspronkelijke idee van Jips prijs als ode aan en stimulans voor de journalist die eropuit trekt om zijn onderwerp te ontrafelen keert in twee verhalen van de shortlist terug.

In Buena Vista Chaabi Club voert die zoektocht zelfs naar Algerije. Robert van Gijssel volgde voor de Volkskrant het spoor van de leden van El Gusto, een groep bejaarde muzikanten die begin jaren zestig uiteengedreven werden door de politiek/religieuze situatie in dat land. Hun reünie was het gevolg van een documentaire en wordt met veel gevoel en nuance beschreven.

* Eveneens in de Volkskrant verscheen het verhaal van John Schoorl over een andere zoektocht, die van een zoon naar zijn vader en diens muziek. Met zoon Peter reizen we mee naar de New Yorkse jazzclubs waar vader Mat Mathews, een blanke Haagse accordeonist, in de jaren vijftig met de allergrootsten uit de jazz speelde. Via Peter en Mats kleindochter in Rotterdam krijgen we een soms onthullende inkijk in het turbulente leven van deze man, zijn opkomst en ondergang.

En dan de winnaar. Want er was één verhaal dat er voor een meerderheid van de jury onverbiddelijk meteen al uitsprong. Muzikaal werd het omlijst door het “Hi, ho, let’s go, I wanna be sedated” van de Ramones en via o.a. Captain Beefheart voerde het naar de tragische ontknoping, begeleid door de volgens sommigen larmoyante klaagzang van Morrissey. En toch was het geen verhaal over popmuziek. Wel een uiterst origineel verhaal, dat, heel dualistisch, zijn stijl tegelijkertijd ontleent aan het betreurde onderwerp, inclusief het gebruik van humoristische voetnoten. Dat het werd gepubliceerd in het Leidse universiteitsblad Mare ligt voor de hand. Als hoofdredacteur van Mare werkte Frank Provoost, die ook regelmatig in de NRC publiceert, dagelijks nauw samen met (eind)redacteur Thomas Blondeau. De beschrijving van hun samenwerking en werkwijze is ook een hommage aan de journalistiek. Het eerbetoon aan Blondeau is, behalve origineel van opzet, ook literair, geestig en ontroerend. Oops, dit schreeuwt om een voetnoot over teveel bijvoeglijke naamwoorden. Bovendsien toont het aan hoe muziek en songteksten voor de echte liefhebber op volkomen natuurlijke wijze onderdeel zijn geworden van dagelijks leven en werken. En Provoost slaagt in iets waarnaar elke muziek-, literair- of filmjournalist zou moeten streven: zijn verhaal maakt nieuwsgierig. Eigenlijk wil je zo snel mogelijk meer weten over en lezen van deze Thomas Blondeau. Het rouwboek als een nieuwe start.

Hiermee presenteren we dan ook Frank Provoost en Het West-Vlaams Rouwhandboek als overtuigende winnaar van de Jip Golsteijn Journalistiekprijs 2014.

Natalie Kester