2012

Winnaars Sander Donkers en David Kleijwegt

Juryrapport Jip Golsteijn Journalistiekprijs 2012-02-18

Hoewel het voorjaar lonkt, neem ik jullie nog even mee naar het einde van vorig jaar, voor een kort kerstverhaal. Met moraal en… de definitieve keuze van de jury, uiteraard.

Op precies de dag voor kerstavond december 2011, terwijl het echtpaar zich opmaakt voor een landerige familiebijeenkomst met kinderen, oma en aanhang, afgedekt door culinaire hoogstandjes van de heer des huizes, gaat de bel. Eerst zacht, dan, bij weinig meer reactie dan een verveeld: wie kan dat nu zijn?, feller en vasthoudend van toon. Alsof de beller wil zeggen: knappe jongen die mij hier weg krijgt.

Die jongen opent de deur en staat oog in oog met een ingemetselde postbezorger, van even oude stempel als dat waartoe hij is uitgerust: het bezorgen van pakketjes. Ruwe snor, gelooide huid, diepe plooien in een vriendelijk verweerd gezicht en de onverbiddelijke houding van een man in functie.

Eenmaal binnen straalt de doos een en al kerstpakket uit. Van welke crisisbewuste werkgever is deze kerstsurprise afkomstig, als er zich alleen nog maar omgebouwde zzp-ers in het pand bevinden? Nieuwsgierig wordt de tape verwijderd en het karton geopend… helemaal volgepropt met papier. Vellen vol letters en tekens, gekopieerd en uitgeprint en met paperclip per verhaal aan elkaar gezet. Nader onderzoek brengt het beeld boven van een ploeterende Marion Golsteijn, die avond aan avond bezig is geweest met het kopiëren en met clipjes en nietjes bijeenvergaren van een tomeloze hoeveelheid papieren inzendingen… een bijkans archaïsch beeld. Een signaal uit een andere, bijna vergane wereld vol drukinkt, typemachines, loden letters en typex. Een levensteken van een planeet waar tijd en rust heerst om een goed verhaal te componeren, over te brengen en te consumeren… zoals het ooit was. Stories we could tell, zoals Golsteijn zei.

We brengen onze Facebook , Hyves en Twitter accounts tot zwijgen, halen de blogs , apps en sheets weg en laten het laatste nieuws van de laatste minuut vervliegen: we parkeren op een vluchthaven langs de digitale snelweg. We ademen diep in en uit, In het plotselinge besef dat deze Jip Golsteijn Prijs meer dan ooit tevoren staat voor alles waar onze online-globe ons nauwelijks meer naartoe leidt: het mooie verhaal van een rasverteller.

Meer dan strikt informatief en actueel, het nieuws in een korset  van formats en formules geregen, volgens de prangende wetten van Nu.nl of DWDD. Nee, een gedrukt verhaal, veelal uit oude maar vertrouwde media als krant of tijdschrift, met voldoende ruimte om te verhalen, de diepte in te gaan – scherend langs bezinning, ontroering en inzicht . De lange afstand, the classic story.

Aldus moest de doos met de nodige achting worden benaderd. En aldus geschiedde, toen we het eerste verhaal uitpakten. Kerstmis 2011 was voor altijd anders.

De verhalen. Er bleek eens te meer erg veel animo in het land van schrijvers, verslaggevers en redacteuren om mee te dingen. Jip Golsteijn heeft de lat hoog gelegd en het wordt als een eer beschouwd om in de buurt van de waardering die er van deze prijs  afstraalt te komen. De weken na deze kerstvertelling werd het kaf van het koren gescheiden, met de aanmerking dat het algehele niveau merendeels bijzonder acceptabel was, zelf hoog, aldus de jury. In verschillende genres en voor verschillende mediatypen bleken verschillende ingestuurde artikelen bijzonder lezenswaardig.  En naast de usual suspects spurtten zich verrassende nieuwe aanwinsten in het peloton scribenten naar voren, wat de uiteindelijke shortlist van de genomineerden tot een hachelijk avontuur maakte, waarin al pittige keuzes werden bedongen.

Echter: dit zou verbleken bij de felle, maar rechtvaardige strijd die uiteindelijk is gevoerd om uit de nominaties tot een uiteindelijke winnaar te komen. Dit terwijl de doelstelling destijds zo fris en helder geformuleerd was: het bekronen en bevorderen van een bijzondere journalistieke prestatie op cultureel gebied; in het bijzonder interviews en reportages over muziek, film en literatuur. Ga er maar aan staan. Eerlijk toegegeven, in het overweldigende aanbod zijn de sectoren film en literatuur onderweg afgevallen en de aan de (pop)muziek gerelateerde onderwerpen, wellicht de hardcore van Jips eigen werk en interesse, overgebleven.

Over hardcore gesproken: een van de genomineerde verhalen betreft de teloorgang van voorheen een held: Steve Marriott van The Small Faces. Jaren na zijn triomfen door Robert Haagsma teruggevonden in een onguur cokehol in Rotterdam, een jaar voor zijn overlijden. Naar aanleiding van een dvd met oude clips blies de auteur onlangs dit tragische dus klassieke rock-‘n-roll verhaal voor het muziekblad Revolver/Lust For Life nieuw leven in. Kundig en met passie genoteerd, als de betere helft van zijn vakgenoten.

Het lijkt dan een flinke brug naar de blingblingwereld van de chique clubs in Vegas en Miami, waar DJ Chuckie draait, oerhollandse export. Auteur Saul van Stapele neemt de lezer mee naar plekken die doorgaans lastig te doorgronden zijn voor een breder publiek, meestal in de urban dance & hiphop cultuur, in dit geval de plekken waar de kleine Haagse DJ zomaar tegen hiphopmiljonair P.Diddy aanloopt, met altijd een paar babes en limousines binnen handbereik. Het verhaal ‘I Fucking Love DJ Chuckie!’ is de klassieke reportage op zijn allerbest: van nabij geobserveerd, met een flinke brok participerende journalistiek, een onthullend verslag van een eigentijdse cultuur, als gepubliceerd in de Nieuwe Revu.

Van een ander kaliber, alleen al door haar vorm, is de beschouwing van Menno Pot. In de Volkskrant ontrafelt hij wat er van de furieuze grungestroming uit Seattle is overgebleven, voor de lezer maar bovenal ook voor zichzelf, onder de titel ‘Losers In Rock’. Door het tot een persoonlijk verslag van een boze puber uit het doodsaaie Heerenveen te transformeren, volgen we met grote betrokkenheid de volwassenwording van het genre en van de auteur. ‘We waren niet van plan samen oud te worden, Mudhoney en ik. I won’t live long and I’m full of rot,’  stelt hij vast. ‘Maar we hebben het toch maar gedaan’. Een bijzonder onderscheidende inzending.

Tot slot de namen van een tweetal auteurs, die beiden, los van elkaar en soms samen, werkzaam zijn voor Vrij Nederland. Bij elke ronde leveren zij kwalitatief sterke kopij aan, soms interviews, soms overzichten, essayistisch van toon, altijd scherp genoteerd en geobserveerd, met vaak de actualiteit als aanleiding. In een bijzondere dubbelslag, die uitmondt in een kwartetvorm, stapt het duo in de auto naar België, waar in caravanpark Siësta de koning van het Vlaamse levenslied resideert: Guido Belcanto. Op de achterbank zit, een beetje nerveus, zijn opvolger, Lucky Fonz III. Na een rit langs wat in Belcantotermen ‘de pechstrook in het leven’ heet, is het zover… de rest moet u zelf lezen. Want onnavolgbaar wordt dit curieuze tweetal in woord en beeld gebracht, in een pageturner zonder weerga, onder de welluidende titel ‘Hou Van Ons, de laatste troubadours’.

En zo zijn we weer terug bij het begin, terug bij de verteller, bij de langeafstandverhalen die verteld moeten worden.

De Jip Golsteijn Prijs 2012 gaat met instemming van de jury naar David Kleijwegt & Sander Donkers voor hun gezamenlijke inzending onder de titel ‘Hou Van Ons’.

En dat doen we, de jury van de Jip Golsteijn Journalistiekprijs 2012 hield deze keer het meest van jullie!

Paul Evers, jurylid