2010

Winnaar Rob van Scheers

JURYRAPPORT:

Welkom, bij de uitreiking voor de vierde maal van de Jip Golsteijn Journalistiekprijs.

We hebben al vijf genomineerden, en strakjes hebben we ook een winnaar, maar eerst wat algemene opmerkingen. Het jury-beraad was eigenlijk, in twee etappes, nogal wat korter dan we hadden gevreesd, gezien het enorme aantal inzendingen (want bij de Jip Golsteijn Prijs doen ze niet aan voorselectie). En nu we het daar toch over hebben: met die hoeveelheid inzendingen viel het eigenlijk nog wel mee, relatief dan want er waren ruim honderd, dus een derde minder inzendingen dan twee jaar geleden. Blijkbaar hebben de dames en heren journalisten meer zelfkritiek ontwikkeld en hebben enkelen de lat al zelf hoger gelegd om ons die taak te besparen.

Wat mijzelf betreft, ik heb die enorme stapel veel meer met plezier dan zuchtend doorgenomen. Ik heb het een en ander geleerd over een paar bands, solisten, stromingen waar ik niet zoveel vanaf wist. Maar helaas, een groot deel van de artikelen was weinig meer dan een nauwelijks aangekleed interview, waarbij dan ook nog eens onvoldoende poging was gedaan de informatie zo te doseren dat er een breder dan reeds geïnteresseerd publiek door werd aangesproken.

Als we het hebben over niveau dan kan ik namens de hele jury spreken als ik zeg dat toch zeker meer dan de helft van de stukken van een zeer behoorlijk tot hier en daar hoog journalistiek niveau was.

Enkele algemene opmerkingen, sommige namens de individuele leden van de jury. In de eerste plaats, en dat moet mij in het bijzonder van het hart na het lezen van deze dikke stapel, zouden wij journalisten willen aansporen te proberen eens een heel jaar lang te willen werken zonder de vraag/antwoord methode. Een doorlopend stuk, waarin je de geinterviewde wel tussen aanhalingstekens aan het woord laat maar je eigen vragen en opmerkingen verpakt in een eigen visie waardoor eerder een relaas dan een vraag-antwoord spel ontstaat.

We waren lichtelijk teleurgesteld over een gebrek aan avontuur-zin, in een zich te makkelijk neerleggen bij de beperkingen waar de hedendaagse journalist mee geconfronteerd wordt (ik hoorde zelfs het woord ‘braafjes’ vallen). Die beperkingen vormen een handicap die nostalgische herinneringen oproept aan de tijd toen muzikanten, zelfs de hele grote, ruimer benaderbaar waren dan tegenwoordig, omstandigheden die iedereen kent: drie kwartier onder strenge bewaking van een adjudant van de platenmaatschappij. Ook beseft de jury maar al te goed dat de journalisten die voor weekbladen en muziekbladen werken over het algemeen in het voordeel zijn omdat ze langer mogen uitpakken; bij Oor kan dat gelukkig nog steeds, maar een meerderheid van de jury betreurt in dit verband het wegvallen van een podium als WahWah.

Nogal wat stukken vielen af niet vanwege gebrek aan kwaliteit, integendeel, maar omdat we toch alle drie bleven zoeken naar een typisch Jip-stuk, een stuk zoals hij dat geschreven zou kunnen hebben als hij hier nog was. Dat mag niet conform de doelstelling zijn (daar staat immers ‘een bijzondere journalistieke prestatie te bekronen op het gebied van de populaire cultuur, meer in het bijzonder interviews en reportages over popmuziek, film en literatuur’)  het beïnvloedde toch onze beoordeling. Om die reden vielen nogal wat stukken af die, als ik voor mezelf spreek, zeer bevielen, zoals een mooi geschreven interview-reeks in Akkoord Magazine, en in NRC Handelsblad de al even mooie serie Van Geschiedenis tot Mythe, over culturele archetypen die blijven terugkeren in de Europese kunsten.

De jury was het, verbazend eigenlijk voor een combi van mensen met een zo diverse achtergrond, al heel snel eens over een soort informele longlist van ongeveer een dozijn artikelen die de speciale aandacht hadden getrokken van iedereen. Bij het beraad vielen er daarvan een stuk of vier af om uiteenlopende redenen. En om van zeven of acht tot een shortlist van vijf te komen, dat was eigenlijk de enige harde noot die er te kraken viel binnen de jury, immers: toen we die horde eenmaal hadden genomen was de beslissing verrassend snel genomen.

Op de shortlist stonden uiteindelijk vijf artikelen die wat ons betreft alle vijf de toets konden doorstaan om met glans deze prijs in de wacht te slepen. Bedenk daarbij dat de Jip Golsteijn Journalistiekprijs geen oeuvre-prijs is maar een prijs voor een afzonderlijk artikel. De vijf geselecteerde verhalen zijn allen in hun eigen idioom erg goed gemaakt en de jury wil ze daarom alle vijf graag kort becommentariëren.

Allereerst een klassiek pop-interview, Jan van der Plas voor Oor in gesprek met Yoko Ono onder de titel Van feeks tot coole grootmoeder. Een knap verhaal, zo goed opgeschreven dat je halverwege vergeet dat het hier een telefonisch interview betreft. Het stuk heeft duidelijk de teneur van een rehabilitatie, en in zo’n overtuigende mate dat het bij een van de juryleden zelfs zijn weerzin tegen de weduwe Lennon wist weg te nemen. Vol informatie, slim aaneengeweven en onderbouwd met een korte reconstructie van de werkelijke redenen waarom de Beatles uit elkaar vielen. Het stuk zou volgens tenminste twee van de juryleden nog hogere ogen hebben gegooid als het niet deels in de vraag-antwoord vorm was geschreven maar als een doorlopend verhaal.

Vervolgens twee reportages, totaal verschillend van sfeer en toon maar allebei artikelen die het onderwerp meer dan recht doen en waarin de informatie knap is gedoseerd. De zingende backpacker, van Gert-Jaap Hoekman voor Revu, is een verhaal over de wetenswaardigheden van Lucky Fonz III op het jaarlijkse SXSW festival in Austin. Een variatie op een thema dat in elk geval een van de juryleden al te vaak heeft gelezen of gehoord (Nederlandse muzikant probeert de wereld te veroveren via de hoofdstad van Texas) maar luchtig, charmant en toch stevig opgeschreven. Helaas straalt de matige ontvangst van Lucky Fonz iets te veel af op het artikel, dat daardoor onvermijdelijk toch een iets te fletse indruk achterlaat.

De andere reportage, Heerser van de Nacht over Armin van Buuren, geschreven door Bert Dijkstra voor de Telegraaf was totaal anders van sfeer. Een erg goede beschrijving van een ondertussen al te bekend fenomeen, maar eigenzinnig opgeschreven, vol informatie en vooral verrassend omdat nu eens niet voor voor de hand liggende locaties als Miami Beach of Ibiza is gekozen maar voor de voormalige Sovjet-steden Riga en Kiev.

Dan een portret, Preker, Rocker, Romanticus, over Bruce Springsteen, geschreven voor Vrij Nederland door Sander Donkers en David Kleywegt. Wat valt er nog voor nieuws over Bruce te vertellen, zeker als je hem niet persoonlijk ontmoet hebt, vraag je je af. Welnu, zoals een van mijn collega-juryleden het formuleerde, ‘toch werd ik van begin tot eind bij de strot gegrepen.’ Knappe opbouw, uiterst informatief, goed gedocumenteerd, lekker taalgebruik, en misschien wel het belangrijkste: een eigen verhaal met een eigen visie, onberispelijk verwoord.

En dan tenslotte een artikel van Rob van Scheers in Elsevier, een reportage annex portret dat geen artiest maar een historisch fenomeen als onderwerp heeft, de 84-jarige Cosimo Matassa die aan de wieg stond van de ontwikkeling van de Sound van New Orleans, een stad die ‘muziek ademt, eet en drinkt’ maar desondanks nooit de status van Detroit, Memphis, New York of Los Angeles heeft bereikt. ‘Een dot van een artikel’, om opnieuw een mede-jurylid te citeren. Een heel verrassende onderwerpkeuze, op een uiterst vernuftige speurtocht-manier opgeschreven, een verhaal dat werkt op verschillende niveaus. Een zoektocht die je graag wilt lezen omdat je wilt weten hoe het afloopt, doorspekt met zeer veel informatie, vol typische Nawlins-sfeer. Terloops weet van Scheers dan ook nog een stukje Amerikaanse volksaard aan te stippen (‘wij kijken vooruit, niet om’) en ontkracht hij al even terloops de mythe van de oerknal van de rock&roll in Memphis in het midden van de jaren 50. Een typisch Jip-stuk ook, want hij zette, om een ander jurylid te citeren, ‘de lezer in een buddyseat naast zich, daarmee werd je deelgenoot van zijn speurtocht, vaak een spannend leesavontuur en ervaring.’

De jury had slechts éen miniem bezwaar, en dat is dat het stuk best een pagina langer had mogen zijn. Maar we waren unaniem in ons oordeel dat Rob van Scheers van de inzenders het beste artikel had geschreven in de afgelopen twee jaar binnen de zojuist geformuleerde traditie, en door hem de prijs toe te kennen proberen we een impuls te geven aan de andere inzenders om, in weerwil van de beperkingen aan financiële en andere mogelijkheden en de razendsnelle zap-cultuur, de langere adem en het avontuur te blijven opzoeken. Het is dus met volle overtuiging dat we de Jip Golsteijn Journalistiekprijs van 2010 kunnen overhandigen aan Rob van Scheers.