2008

Winnaar Peter van Brummelen

Juryrapport, voorgelezen door Stan Rijven:

Van harte welkom bij de uitreiking van de derde Jip Golsteijn Journalistiekprijs. Omdat onze voorzitter Constant Meijers om dringende redenen in het buitenland vertoeft, nee hij is niet met Neil Young op tournee, lees ik namens mijn medejuryleden Bert van de Kamp en Jan-Jaap de Kloet het juryrapport voor.

Februari is niet alleen de maand waarin Jip Golsteijn ons zes jaar geleden ontviel, maar ook, vorig jaar, Lex van Rossen. De uitzonderlijke popfotograaf met wie velen van ons hebben gewerkt, en Jip in het bijzonder.

Hun samenwerking komt krachtig tot uiting in de bundeling van Golsteijns’ interviews en reportages voor ondermeer ‘Warm bier & koude vrouwen’ (uit 1986) en ‘Kogels in de brievenbus’ (uit 1991).

In diezelfde brievenbus vond u een uitnodiging om mee te dingen naar de Jip Golsteijn Journalistiek Prijs. Om “verhalen, interviews en reportages” in te zenden waarin “Een grote liefde voor popmuziek en populaire cultuur op een bijzondere journalistieke wijze vorm kreeg”.

Over de doden niets dan goeds, maar dat hebben wij geweten.  De jury ontving zo’n 200 verhalen van 48 auteurs, 150 procent meer dan twee jaar geleden. Tezamen goed voor een dubbeldikke ‘Songs in the key of life’ waarmee onze voorzitter Constant Meijers samen met Boudewijn Büch in 1980 voor het eerst de vaderlandse popjournalistiek bundelde.

Maar: wat is er in die tussenliggende twee decennia gebeurd?

Je zou kunnen zeggen: de grondtoon bleef dezelfde, maar de melodie is enorm veranderd. Oftewel: de liefde voor popmuziek en populaire cultuur bleef onverminderd, maar het perspectief verbreedde zich en de kwaliteit steeg naar een hoger niveau.

Vier tendensen werden uit de inzendingen voor de Golsteijn Journalistiekprijs 2008 zichtbaar:

  1. Hoewel popmuzikanten allang het digitale tijdperk zijn ingetreden – vinyl, cassette en zelfs de cd zijn inmiddels passé – leven hun kritisch volgende journalisten nog altijd in het analoge tijdperk. Alle ingezonden verhalen verschijnen nog steeds in druk: in dag- en weekbladen of in litteraire poptijdschriften als Wah Wah. Off the record: zelfs een nieuw poptijdschrift schijnt op stapel te staan.
  2. De vanzelfsprekendheid waarmee Jip Golsteijn pop-, literatuur- en filmkritiek door elkaar bedreef is alleen maar toegenomen. Veel auteurs die bijdragen instuurden bestreken meerdere terreinen. Daarmee tilden ze de populaire cultuurjournalistiek ver uit boven die van de popfanschrijverij van destijds. We kunnen bijna spreken van een nieuw genre dat zich, mede dankzij onze Golsteijn-prijs, manifesteert.
  3. Kantelend perspectief. Behalve artikelen met een puur journalistieke invalshoek ontving de jury ook veel sociologisch, literair en historiserend getinte verhalen. Soms vanuit beleving geschreven, dan weer registrerend opgetekend. En dikwijls als een gezichtsbepalend artikel in de verschillende bladen gepubliceerd. De beschrijving van populaire cultuur heeft zich daarmee, met Jip vermoedelijk als tevreden toekijkende derde, verplaatst van marge naar centrum.
  1. En wat de inzenders betreft, er is sprake van een uitdijende traditie: zowel cracks als nieuwkomers deden mee, zelfs vaders en zonen die zich bekwamen in de popjournalistiek.

Op grond van  alle inzendingen concludeert de jury dan ook, dat het genre volwassen is geworden en vitaler is dan ooit.

Tot slot wijst de jury er met nadruk op dat:

– dit geen oeuvre prijs betreft

– want de Jip Golsteijn Journalistiekprijs is ingesteld om uitsluitend een enkel artikel, interview, reportage of recensie te bekronen

– op het gebied van pop, film en literatuur

– dat in de twee achterliggende jaren in krant of tijdschrift is gepubliceerd

– en waarin de journalistieke geest van Jip Golsteijn herkenbaar is.

Conclusies:

– wegens de hoge kwaliteit kostte het de jury moeite precies dat verhaal te selecteren dat het meest beantwoordde aan de gestelde voorwaarden.

– de jury wenst er dan ook de nadruk op leggen dat de overige 47 inzenders zich niet moeten laten ontmoedigen. Dus: de volgende keer vooral meedoen!

En dan nu…..

Het winnende verhaal is een uitvloeisel van een internationaal nieuwsfeit! Want wist u dat de legendarische Amerikaanse folkblues zanger Big Bill Broonzy in ons land een zoon heeft nagelaten? De nu 51-jarige Michael van Isveldt. Hij lijkt op zijn vader, vooral qua postuur, en is productieleider bij het Cosmic-theater in Amsterdam. Hij heeft het zelf uitgezocht en blijkt de enige nazaat van de beroemde zanger. Big Bill was de grote liefde van Michaels moeder. Uit de, in ferme hanenpoten geschreven brieven van hem aan haar blijkt, dat dit wederzijds was. Overigens prefereert  de zoon van Big Bill Broonzy de muziek van The Beatles boven die van zijn vader.

Waarom weten wij dit? Door de diepgaande research van Guido van Rijn die zijn weerslag heeft gevonden in de liner notes bij de uitgave van een aan Big Bill Broonzy gewijde cd-box. Het vormde voor Peter van Brummelen aanleiding om met Van Isveldt te gaan praten en zijn verhaal in het Parool van 17 februari 2006 aan de grote klok te hangen. Daarmee onderstreepte Van Brummelen het belang van de uitgave, op basis waarvan hij een verhaal schreef dat een warme benadering bezat en getuigde van een groot inlevingsgevoel.

Door de keuze van zijn onderwerp en de journalistieke vormgeving ervan, bewees Van Brummelen met dit artikel voor de jury zijn verwantschap met Jip Golsteijn. ‘Big Bill Broonzy’s enige nazaat werkt bij Cosmic Amsterdam’ – zoals de kop luidde – is voor  alle juryleden daarom “1 met Stip”, de winnaar van de 3e Jip Golsteijn Journalistiekprijs!